Ik ben Ygredd de Gezalfde, Banrion van Arduyn en stem van de godin Ahlénnia.
Op mijn heilige naamdag, nu ik in volheid het gezag van de Banrion draag, spreek ik tot u.
De godin heeft mij getoetst zoals de Ketel der Laatste Dingen de dansers weegt en ik ben herboren uit het vuur van haar oordeel. Door het ritueel dat wij in stilte en razernij voltrokken, is zij tot ons teruggekeerd.
De verrotting die Arduyn verteerde, is teruggedrongen naar de schaduw waar zij thuishoort.
Mijn beproevingen zijn voltooid. Nu is het uw beurt om voor de ketel te staan.
Het land is verscheurd en het krijgsgeraas verstomt nergens. Ik spreek tot alle leiders, koningen, prinsen, jarls, kathun, veldheren, uitverkorenen en wijzen.
Ik roep u ter verantwoording in naam van allen die onder onze hemelen leven en in naam van Ahlénnia, die waakt over de oude reuzen van het woud met hun diepe wortels.
Kom naar Wolfs Eynd te Arduyn, waar steen en sterren getuigen zullen zijn, om een vrede te smeden die langer standhoudt dan ons bloed en een eenheid te stichten zoals sinds de dagen van de eerste dans niet meer werd aanschouwd.
Zo wil Ahlénnia het. Zo gebiedt uw Banrion.
Wie haar roep weerstaat, hoort de wolf die nooit werd geboren.
Ygredd