Mannheimers

Geschiedenis

De Mannheimers, ook Noormannen genoemd, beginnen hun tijdrekening met de geboorte van hun legendarische eerste koning; Brenn. De eeuwen daarvoor zijn gehuld in mysterie. Toen leefden ze in kleine gemeenschappen in het hoge noorden, zonder enige echte organisatie.

Koning Brenn en zijn strijdmakkers, de Helter, verenigden de stammen en stichtten zo een rijk op dat Mannheim wordt genoemd. De grenzen van dit rijk zijn verloren gegaan in de geschiedenis, maar men gaat er van uit dat Mannheim het hele noorden omvatte. De legenden over Koning Brenn en zijn Helter zijn zonder twijfel de meest populaire saga’s uit de Mannheimse geschiedenis. In de ontelbare verhalen worden ze met haast goddelijke gaven geportretteerd.

Het nieuwe Mannheimse rijk gooit zich onmiddellijk in de strijd tegen de bergbewoners in het oosten terwijl ze ook moeizaam onderhandelen met de Khaliërs die in de grote wouden leven. Ten zuiden van Mannheim worden de eerste Golyndische steden gebouwd, maar dit is nog ver verwijderd van de Noormannen.

Na de dood van Koning Brenn versplintert het rijk en grijpen de Helter en hun nazaten controle over kleinere domeinen.  Het zal achthonderd jaar duren voor een afstammeling van één van de Helter zich opnieuw tot Koning van Mannheim kroont. Deze Brandalf  wordt weliswaar snel gedood, maar niettemin sticht hij de eerste Koninklijke dynastie. Deze koningen zijn wreed, tiranniek en oorlogszuchtig en de eerstvolgende honderd jaar strijden de Noormannen tegen de Bhanda Korr in de oostelijke bergen en de Khaliërs in de wouden.

De Koninklijke familie wordt met geweld vervangen door een tweede, maar deze wordt getypeerd door innerlijke strijd, ketterij en onbekwaamheid. Terwijl de Noormannen voornamelijk onder zichzelf strijden, groeit in het zuiden het Golyndische rijk tot ongeziene proporties van rijkdom en vooruitgang.

In 1223 AB wordt de eerste Koning van Huis Drakhan gekroond; het Koningshuis dat Mannheim zal aanvoeren in hun verovering van de gehele Westelijke Vallei. In de volgende eeuw wordt door middel van bloederige strijden, politieke intrige en moeizaam compromis het Golyndische rijk volledig veroverd. Ook de Ranae, het volk dat vreedzaam onder de Goliad leefde, wordt bedwongen. De Noormannen nemen vele gebruiken over van de vooruitstrevende Goliad en een nieuw rijk wordt geboren; Heimar.

De Noormannen adopteren een vaderrol over de volkeren die zij hebben veroverd. De wijze Goliad, de waakzame Khaliërs, de uitbundige Ranae en de barbaarse Bhanda Korr worden allemaal tot burgers van Heimar gerekend. Tot op vandaag bestaan er wel Goliad rebellen, Bhanda Korr stammen die de Noormannen blijven trotseren en Khaliërs die in het woud hun eigen wetten blijven volgen.

De veroveringsdrang van de Noormannen blijft leven en in 1476 AB breekt oorlog uit tussen Heimar en Orestis, het grote rijk in het zuiden. Heimar verovert de meest noordelijke gebieden van Orestis en doopt deze tot twee nieuwe provincies; Karnok en Sunneland. Na jaren strijd slaagt Orestis erin Karnok te heroveren. Sindsdien bestaat er een onzekere wapenstilstand tussen beide rijken.

De huidige koning Siegfried Olafson is de elfde koning van het verenigde Heimar.

Samenleving

Al meer dan honderd jaar staan de Noormannen aan de top van de maatschappij. Ze zijn doorgaans rijker, beter gevoed en krijgen meer respect dan enig ander volk. Sinds het ontstaan van de Mannheimse adel leiden de Noormannen een meer gecultiveerde levensstijl en hebben zij een sterk standsbewustzijn ontwikkeld. Zij staan zonder twijfel op de eerste plaats, gevolgd door de Goliad en Khaliërs wiens goden ook erkend worden. Lager op de ladder bevinden zich de Ranae en de Bhanda Korr, hoewel individuen van hun volk uiteraard geprezen kunnen worden.

Om hun verondersteld superieur bloed zuiver te houden wordt het huwen met andere volkeren zwaar ontmoedigd door adel en kerk. Een Noorman die met een Goliad vrouw zou trouwen wordt dan ook bespot en zelfs bedreigd door zijn eigen volk.

Als krijgersvolk dragen zowat alle Noormannen een wapen, ongeacht hun klasse. Dit wordt als kind al zeer vroeg aangeleerd en draagt bij in hun aanbidding van de oorlogsgod Hymir.

De daden en acties van een persoon zijn belangrijk en bepalen of men ontvangen wordt in de strijdhal van Hymir in het hiernamaals, vooral krijgers en edellieden zorgen ervoor dat barden hun verhaal ver en wijd verkondigen en een Mannheimse bard is dan ook een uitstekende verhalenverteller.  De Noormannen houden om deze reden hun doden ook in hoog aanzien, zeker als ze welbekend waren of er indrukwekkende saga’s op nahielden. De Spiegelhuizen der spiritisten verzorgen deze band met de nabestaanden, zodat deze helden van vroeger ook van voorbij het graf hun Huis kunnen bijstaan met hun wijze raad of tactisch inzicht.

Mannheimer

In de strijd prefereren Noormannen zware maliënkolders bekleed met bont en zware helmen.  Grote ronde schilden zijn traditioneel beslagen met het symbool van hun Huis en geschilderd met de bijpassende kleuren.

Magie wordt sterk vervolgd door de Priesters van Hymir, waaronder sommigen als echte heksenjagers een kruistocht zijn begonnen om alle magiërs uit te roeien. Vaak vallen hieronder ook enkele onfortuinlijke druïden of spiritisten die op de staak verbrand worden.

Religie

De Noormannen aanbidden vrijwel exclusief de oorlogsgod Hymir, die wordt gezien als de oppergod en leider van de Alfar. Hymir staat bij het volk bekend onder vele namen, waarvan de Alvader, de Overwinnaar en de Leider er slechts enkelen zijn. Hymir is in de eerste plaats de god van de strijd, de overwinning en de eervolle dood, hetgeen hem de god bij uitstek maakt voor het volk dat sinds het begin der tijden streeft om zijn invloedssfeer uit te breiden en andere volkeren te onderwerpen. De volgelingen van Hymir waarderen eer en moed in het gevecht boven alles, zij hebben dan ook enkel respect voor volkeren die even krijgslustig zijn als henzelf en zich niet zomaar gewonnen geven.

Een krijger van een ander volk kan in de cultuur van de Noormannen enig aanzien verwerven door zich onbevreesd en vaardig te tonen op het slagveld, en zij zullen dan ook vaak de dappersten onder hun tegenstanders sparen indien zij bereid zijn zich de Mannheimse cultuur en devotie aan Hymir eigen te maken. Er wordt gezegd dat een plaats in de Hal van Hymir enkel weggelegd is voor diegenen die sterven met het zwaard in de hand, hetgeen meteen verklaart dat het onder de Noormannen niet ongebruikelijk is te slapen naast hun wapen. Krijgers die zich willen vergewissen van een plaats aan de zijde van hun god kunnen ervoor kiezen zich in de strijd volledig aan hem over te geven door een gevaarlijk brouwsel tot zich te nemen waarvan de samenstelling enkel bekend is aan ervaren druïden.

Naast de Alvader erkennen de Noormannen de Khalische woudgodin Ahlénnia en de Golyndische god Tallathan als leden van de Alfar. Aangezien zij de goden zijn van de overwonnen volkeren worden zij aanzien als inferieur aan de oppermachtige Hymir.

In recentere tijden is men Ahlénnia gaan zien als de bruid van Hymir. Hun huwelijk symboliseert de overwinning van de Noormannen op de Khaliërs, maar op een dieper niveau ook die van de overwinning van het mannelijke op het vrouwelijke, het rationele en georganiseerde op de wilde natuur. De noormannen zijn Ahlénnia in een gunstiger licht gaan zien sinds haar huwelijk met Hymir, maar zij wantrouwen nog steeds de kennis en de chaotische gaven van haar priesteressen, waar zij nagenoeg niets over weten. Sedert het heilige huwelijk is het echter niet ongebruikelijk voor Mannheimse vrouwen om, als hun man het niet merkt, aan de rand van het bos een offergave aan Ahlénnia te brengen om haar een gunst af te smeken.

Tallathan, de god van de Goliad, wordt gezien als de dienaar van Hymir. De oorsprong hiervan bevindt zich waarschijnlijk in het feit dat Tallathan de god van het vuur van de smidse is en dat ambachtslieden in de Mannheimse cultuur minder aanzien genieten dan krijgers. Tallathan smeedt het zwaard daar waar Hymir het hanteert om zijn vijanden neer te slaan.

Bekende Figuren

Koning Siegfried Olafson van Huis Drakhan

Slechts een paar maanden geleden was het gehele land in rouw; Koning Olaf was overleden. Hoe hij om het leven kwam is geen publieke kennis dus uiteraard gaan er ontelbare geruchten de ronde. De meest hardnekkige geruchten luiden dat hij vermoord is door Golyndische rebellen, dat hij vervloekt werd door een heks en dat hij in een dronken bui zou verdronken zijn.

Het koninklijk paar was gezegend met zes kinderen en zoals verwacht werd de oudste zoon, Siegfried, gekroond tot de Elfde koning van Heimar. Siegfried Olafson van Huis Drakhan verbleef op het moment van zijn vaders dood in de Westerlanden waar hij zijn training bij het broederschap van de Hamer van Hymir vervolmaakte. Met het land in rouw was de kroning een sobere ceremonie en werd enkel bijgewoond door leden van de Hoge Adel. Gedurende de korte processie door de hoofdstad Finnsburg kreeg het volk voor het eerst hun nieuwe koning te zien; een man met lang gevlochten haar, gekleed in een plaatpantser met een gesluierde vrouw naast hem, gekleed in het zwart; de koningin-weduwe.

Niet veel is geweten over de nieuwe koning. Hoewel hij al een tijd op huwbare leeftijd is heeft hij geen vrouw gekozen en blijft zijn moeder de taken van de koningin vervullen. Geruchten gaan de ronde dat hij in de Westerlanden een minnares had, bij wie hij zelf een bastaardkind zou hebben verwekt. Zijn opleiding bij de Hamer van Hymir doet vermoeden dat hij een vaardig krijger is en gekeken naar het strenge religieuze kader van dit broederschap moet hij wel een uiterst fanatieke gelovige zijn van Hymir.

Het volk kijkt vol verwachting uit naar het Midzomerfestival waar de nieuwe koning voor het eerst zal strijden in één van de vele toernooien die in het land zullen plaatsvinden. Daar zal hij of zijn macht bewijzen, of in het zand bijten.

Koningin Sigdrifa Bergthordotter van Huis Stalhardt

Bij het overlijden van haar man riep Koningin Sigdrifa onmiddellijk de Hoge Adel tot haar en sprak zij het volk toe. Zij zorgde ervoor dat slechts een week na het overlijden van Koning Olaf de nieuwe koning al werd gekroond. Zulke acties typeren haar; koelbloedige efficiëntie, kracht in handelen en een ijzeren wil.

Sigdrifa

Sigdrifa is weliswaar nooit een populaire koningin geweest. Als een telg van het traditionele Huis Stalhardt heeft zij nooit een voeling ontwikkeld met de zorgen van het gewone volk. Zij wordt aanzien als een uiterst vrome vrouw, één die dagelijks omringd wordt door Broeders en Zusters van de Alfar. Niettemin vervulde zij haar taken als koningin als geen ander; ze schonk de koning maar liefst zes kinderen. Haar vier zonen en twee dochters kregen de beste opleiding in het land, maar hadden geen warme liefhebbende moeder. Haar jongste dochter, prinses Tyra, is de uitzondering op deze regel. Zij zou verminkt zijn en wordt door de koningin met veel liefde en zorgen behandeld.

De laatste keer dat het volk de koningin-weduwe te zien kreeg was bij de kroning van haar oudste zoon. Ze stond achter de nieuwe koning,  gesluierd en volledig in het zwart gekleed. Dit beeld werd al snel de perceptie van haar huidige rol; als een schaduw achter de jonge koning die elke stap van hem dirigeert. Volgens verschillende hofdienaars heeft de dood van haar man haar geloof enkel aangesterkt.

Groothertog-Landschout Gotz Markvjardson van Huis Fenrissian

Enkele dagen na zijn troonsbestijging stelde de koning zijn nieuwe landschout voor; Groothertog Gotz Markvjardson van Huis Fenrissian. De beslissing van de koning om deze titel aan de Groothertog van Austland te geven was voor velen een verrassing. Velen dachten dat Groothertog Ragvald van Huis Stalhardt, zijn oom, de uitverkorene zou zijn. Groothertog Gotz heeft meer dan waarschijnlijk de eer te danken omdat hij een meester is in de Hamer van Hymir, het broederschap waartoe ook de koning behoort.

Gotz

Groothertog Gotz heeft Austland achter zich gelaten om zich nu in Finnsburg te vestigen aan de zijde van de koning. Het is geen geheim dat het cultuurverschil tussen beide plekken een omvangrijke aanpassing is voor de Groothertog. Austland staat gekend als het slagveld van Heimar, en gedurende vele jaren heeft de Groothertog oorlog gevoerd in de Athariaanse bergen en aan het Woud van Arduyn. Hij verloor zijn rechterhand in de strijd tegen een Khaliër genaamd Maonirn en daarom is hij nu bekend als Gotz de Linkse, of IJzerhand. Aan het hof heeft hij het oor van de koning, maar de koningin-weduwe negeert zijn aanwezigheid.

De Koning heeft recent zijn landschout naar Halden gestuurd. Met veel fanfare werd hij ontvangen door Groothertogin Ysoldis van Halden . Het is niet geweten waarom de koning zijn principiële raadgever in Halden wil terwijl er zoveel onrust is in het oosten, maar voorlopig houdt het hof haar lippen stijf op elkaar.

Eldgrim Svenson

Eldgrim Svenson is al gedurende dertig jaar de Hogepriester van de Alfar, en hij vertegenwoordigt de hoogste geestelijke macht in geheel Heimar. Hij is een bebaarde man met een bulderende stem en tegelijk ontegensprekelijk de meest wijze man in het land als het gaat over geestelijke materies.

Eldgrim was de oudste zoon van een eenvoudige boer in Grimland en was zo voorbestemd om in zijn vaders voetsporen te treden. Al snel bleek echter dat hij voor een hoger doel was bestemd en hij werd mee genomen door een oudere priester die inzag dat Eldgrim was uitverkoren door de Goden.

Het was Eldgrim die de boodschap voordroeg om de Khalische godin Ahlénnia op te nemen in de Alfar als de bruid van Hymir. Op zijn eentje betrad hij het Woud van Arduyn en kwam daar tot dit inzicht, na vele gesprekken met Ywena, de hogepriesteres van Ahlénnia. De populariteit van de godin bij zowel de Mannheimers als de Goliad was ongezien. Al snel werd zij algemeen aanvaard en enkel de meest fanatieke puristen zien haar nog als een heidense godin.

Als hoofd van de kerk van de Alfar reist Eldgrim Svenson voortdurend rond. Hij bevindt zich nu nog in Ardal waar hij slechts enkele maanden geleden de koning begroef en zijn oudste zoon de Zegen van Hymir gaf als nieuwe vorst. Voor het eerst in de geschiedenis zweerde de koning trouw aan de geboden van niet twee, maar de drie goden van de Alfar.