Organisaties

De Sibbe van de Alfar

Ik zweer de zwakken en zij die om mijn hulp smeken niet hardvochtig te behandelen. De doden zal ik respecteren; zij het strodood, zeedood of zwaarddood. Dit zweer ik aan Ahlénnia.  Ik zweer oprecht te zijn, en trouw aan de beproefde vriend. Ook al slaat hij mij, ik zal hem niet deren. Ik zal de eenzame stem bijstaan, maar zal geen waarde hechten aan de woorden van een vreemd volk. Dit zweer ik aan Tallathan. Ik zal geen kwaad onverholpen laten. Ik zweer te vechten tegen de vijanden van geloof, volk en familie. Ik zal ze bevechten op het veld, nooit zal ik wachten om te branden in mijn huis. Dit zweer ik aan Hymir. Ik zal me houden aan de wetten van onze rechtmatige leiders en zal met trots de geboden van de Alfar in me dragen. Ik zal nooit een onrechte eed zweren, want wreed is de straf voor het breken van een heilig verbond. Dit zweer ik aan de Alfar.

Meer over de Sibbe…

De Gasthuizen

Gasthuizen zijn verspreid doorheen het hele land. In vele gebieden is een gasthuis een onbereikbare luxe en is er enkel sprake van een lokale ziekenboeg, als die er al is. Het is doorgaans ook enkel de Adel die zich lijfartsen kan permitteren, de gewone bevolking moet het vaak doen met kruidenvrouwen en rondreizende barbiers. Maar waar vuur is zullen zalvers zijn en waar bloed vloeit zullen naald en draad te vinden zijn…

Meer over de gasthuizen…

De Handelsgilden

Jonas sloop zachtjes door de donkere steeg, als een schaduw op een muur glipte hij tussen de riekende vaten vissenafval van de vele herbergen aan de dokken in Prinshaven. De geheime deur bracht hem in de kelder van de ‘Slechtvalk’, een kroeg die je maar beter kon vermijden. Onmiddellijk werd hij bij de schouder gegrepen door Gunnar, een beer van een Mannheimer maar Jonas’ mes bevond zich al op kruishoogte en de norse Noorman liet los met een grom. Achter een zware eiken tafel zat Elbert van Morthim, zijn opdrachtgever.   Zonder opkijken van de weegschaal waarin groenpoeder gewogen werd, sprak hij Jonas aan.

“Heb ik een tevreden klant, Jonas?”  Zonder antwoord gaf Jonas een tas aan Gunnar die hem op de tafel leegmaakte; rollen perkament, een boek en een bebloede zegelring rolde eruit.

Elbert keek vluchtig erover en keerde vervolgens alles terug in de tas en borg deze achter zich op in een kluisje.

“Complicaties?”

“Nee heer”, zei Jonas “enkele kapers op de kust maar die heb ik kunnen afschudden. Ranae… alweer.”

Elbert keek Jonas voor de eerste keer aan sinds het gesprek.  Zijn vette gezicht trok samen in een frons.

“Ranae?  Daar heb ik ook ‘producten’ tegen.”  Hij knikte naar Gunnar en deze vertrok met een glimlach, zijn hand alvast rustend op het grote, gekartelde mes aan zijn riem.

“Ga alvast iets drinken Jonas en roep terwijl even mijn klant binnen, hij staat buiten op de gang. Daarna krijg je je betaling.””

De Goliad zijn de onbetwiste meesters van de handel en oprichters van het allereerste handelsgilde nog lang voordat er ook ooit sprake was van een Mannheimse koning. Een gilde is een groep handelaars met op elkaar afgestemde producten die in een strikte hiërarchie samenwerken om zo meer winst te kunnen halen op een grotere schaal. In de begindagen van het oude Golyndische rijk waren deze gilden klein en beperkt tot lokale regio’s maar met vooruitgang zoals wegenbouw en betere schepen kon de groei van een grotere economie tot stand gebracht worden. Dankzij de gilden zijn steden zoals Prinshaven en Winterburcht (nu herdoopt tot Finnsburg) groot geworden. Aan het hoofd van een gilde staat de Gildemeester en hij bepaalt de structuur, handelswijze en doelgebied van het gilde.  De Gildemeesters van de grote Gilden zijn zo invloedrijk en machtig dat ze zelfs de politiek kunnen controleren en edelen op hun tenen kunnen laten lopen.

Het zijn echter niet enkel Goliad die tegenwoordig winst halen uit handelsgilden;  de Ranae draaien ook al eeuwen mee, al zijn allianties meestal tijdelijk.  Een Ranae zijn trouw is steeds aan zijn familie en sommige van deze families concurreren met de gilden rond hetzelfde vraag en aanbod. De Mannheimers hebben het nut van de gilden al snel erkend en sinds de Oorlogen der Eenmaking zijn ze goed op weg om de Goliad bij te benen. De Bhanda Korr zijn leergierig maar op het moment niet veel meer dan nuttig gereedschap voor sluwe handelslui. Van alle volkeren zijn de Khaliërs het minst happig om samen te werken met andere volkeren in welk verbond dan ook maar hun ambachtslui zijn zeker verleid om hun kunsten te delen met de wereld voor de juiste prijs.

Er zijn tientallen, misschien zelfs honderden gilden, verspreid over Heimar. Deze beginnen meestal klein met 2 of 3 samenwerkende handelaars en de meesten overleven hun eerste jaar niet… maar altijd worden er nieuwe opgericht.  De volgende 13 gilden zijn de grootste, oudste en meest succesvolle gilden van het koninkrijk Heimar…

Meer over de handelsgilden

De Hoge Huizen

Luister!
Wij, de noormannen in de dagen van de Wilg, behoed door Skald en Gothi, hebben gehoord van de glorie van hij die Brenn wordt genoemd en de heldendaden van zijn Helter. Eer hem want hij is een goede koning. Hij is gezonden door Hymir die ons lijden zag. Dat zijn naam eeuwig verder moge leven! Hij is de schenker van ringen en goud. Geen man heeft ooit zo dicht bij een God gestaan.
Glorie aan Brenn! Glorie aan de Koning!
(Manuscript van een anonieme bard ten tijde van Koning Brenn.)

In het oude Mannheim bestonden geen adellijke Huizen, geen graven of hertogen en al zeker geen koning. De Mannheimers werden geleid door skalden en priesters en alle disputen werden simpelweg besproken in de gemeenschappelijke Ting. Dit veranderde toen meer dan duizend jaar geleden een man genaamd Brenn, omringd door zijn trouwe Helter, zich kroonde tot Koning van Mannheim. De nazaten van Brenn en zijn Helter zijn de stichters van de oudste adellijke Huizen.

Toen de Noormannen het Golyndische rijk veroverden leerden zij over het kaste systeem van de Goliad. Het rijk werd geregeerd door een Koning, net als bij hen. Onder deze koning stonden de Meiers, die elk een groot deel van het land beschermden. Daaronder bevonden zich adellijke lieden die allerlei titels droegen; hertog, baron, markies, jonkheer, enzovoort. In Mannheim was enkel de naam van je Huis van belang, en bestond enkel de titel Koning. Geleidelijk beginnen de Mannheimse Huizen de adellijke structuur over te nemen, terwijl enkele Golyndische edelen, door veel goud te betalen, hun titels proberen te houden.

In 1401 AB werd de adel onder koninklijk zegel vastgelegd en ze onderging een grote transformatie dankzij de Golyndische invloed. Sinds toen wordt Heimar geregeerd door een Koning waaraan elk adellijk persoon trouw aan zweert. Het Koninkrijk is opgesplitst in provincies, die elk door een Groothertog worden beschermd. Onder de Groothertogen heersen de markiezen en (burg)graven over kleinere gebieden tot we aan de baronnen komen, die vaak slechts over een kleine gemeenschap regeren. Jonkheren en jonkvrouwen zijn doorgaans kinderen van een adellijk Huis die zelf (nog) geen titel dragen.

Een overzicht van de adellijke titels:

Jonkheer – Baron – Burggraaf – Graaf  – Markies – Hertog – Groothertog – Koning

Er bestaan enkele uitzonderingen in deze hiërarchie;

Doorheen de jaren is de titel van markies uitgegroeid tot een uitzonderlijke eer die slechts zelden wordt toegekend. Een markies is soms niet verbonden met een domein en vervult vaak een geheime missie voor de kroon. Deze titel bevindt zich tussen de titels van graaf en hertog.

Een edelgeboren persoon, vanaf graaf, kan iemand tot ridder of dame slaan, wat in Heimar geldt als een niet-erfelijke adellijke titel die zich tussen jonkheer en baron bevindt. Deze ridders en dames worden briefadel genoemd.

De Koning kan ook worden bijgestaan door een Landschout, maar dit is geen vereiste. Deze Landschout wordt doorgaans gekozen onder de Hoge Adel. Deze titel staat boven elke andere, behalve de Koning zelf. Deze titel komt met de opdracht de Koning altijd bij te staan en vervalt als de drager of de Koning komt te sterven.

De kinderen of broers en zussen van een Koning worden aangesproken met de titel Prins of Prinses maar deze titel kent geen waarde en bestaat niet in de adellijke hiërarchie. Er zijn geen rechten of plichten verbonden met deze titel.

Deze regel geldt ook voor een vrouw of man getrouwd met iemand die een adellijke titel draagt; hij of zij mag met dezelfde titel worden aangesproken, maar geniet niet van de rechten en plichten die aan deze titel zijn verbonden. Haar of zijn inkomsten, aansprakelijkheid, immuniteit en verplichtingen aan het volk worden bepaald door haar of zijn eigen adellijke afkomst en/of titel. Een weduwe (of weduwnaar) mag pas de aanspreektitel van de gestorven wederhelft blijven dragen vanaf grootadellijke titels (zijnde Hertog). Kinderen van een adellijk persoon zullen vanaf hun geboorte met jonkheer of jonkvrouw worden aangesproken. De oudste zoon (of als er geen zonen zijn, de oudste dochter) zal de titel erven. Het erfrecht verschilt bij Golyndische adel; bij hen is het oudste kind de erfgenaam, ongeacht het geslacht.

Al deze titels en rechten zijn verdeeld over de Huizen. Elk Huis van Hoge Adel heeft vervolgens zijn eigen vaandel; met eigen kleur, symbool en leuze. Sommige Huizen van Lage Adel hebben hun eigen familiesymbool maar zullen steeds de kleur en vaak ook leuze van hun leenheer dragen.

Er bestaan vele eeuwenoude adellijke families in Heimar, maar slechts een dozijn van deze Huizen rekent zich momenteel tot de Hoge Adel. Deze Huizen stammen zo goed als allemaal af van de legendarische Helter. Dit is de oeroude benaming voor de helden uit Mannheim die leefden aan de zijde van Koning Brenn.

De leiding van het land ligt in de handen van deze twaalf families. Sinds 1401 AB draagt het hoofd van elk van deze families de titel van Hertog, of Groothertog in het geval dat zij ook het hoederschap dragen over een provincie.

Meer over de Hoge Huizen…